|
Biobrandstoffen.
Sinds 1 Januari 2007 is het: “ besluit biobrandstoffen
wegverkeer 2007” van kracht. Conform dit besluit zijn alle
AGP-vergunninghouders (oliemaatschappijen) administratief verplicht
om aan hun jaarvolume een bepaald percentage biobrandstof toe
te voegen. Dit is op energiebasis en uitsluitend van toepassing
op motorbrandstof voor het wegverkeer.
De Europese Diesel-norm EN 590 staat het bijmengen van maximaal
5% biodiesel toe.
Omdat het een administratieve verplichting betreft die betrekking
heeft op het jaarvolume en er gevarieerd mag worden in plaats
en tijd, is niet aan te geven hoeveel biodiesel er daadwerkelijk
aan een specifieke batch is toegevoegd. We moeten daarom altijd
rekening houden met een maximale percentage van 5%.
Vanwege hun oorsprong ( uit bioliogische grondstoffen ) en hygroscopische
eigenschappen hebben biobrandstoffen de potentie een grotere
kans om een organische besmetting te ontwikkelen. Echter een
besmetting ontstaat alleen als er vrij water aanwezig is.
Herkomst
De belangrijkste reden voor het ontstaan van water is de luchtvochtigheid
in de ruimte boven de vloeistof, deze condenseert tot druppels
bij ( sterke ) temperatuurwisselingen ( verlaging ).
Water kan ook via afdichtingen of vulopeningen de opslagtank
binnentreden.
Samenstelling
Het water verzamelt zich uiteindelijk
onder in de opslagtank doordat de dichtheid groter is dan van
de brandstof ( water is zwaarder dan de brandstof ). Hierdoor
ontstaat een scheidingsvlak van water en brandstof. Het scheidingsvlak
water en koolwaterstoffen ( brandstof ) vormt een goede voedingsbodem
voor bacteriën.
Een bacteriekolonie zal ontstaan op deze interface waarbij problemen
verergeren naarmate de temperatuur stijgt. De bacteriën
( aerobe )leven in water waarbij ze zich voeden met de in de
brandstof aanwezige nutriënten en de in het water aanwezige
zuurstof. Aanvankelijk ontstaan er 1-cellige bacteriën,
de niet slijmerige varianten. In dit stadium is er al een merkbare
aanwezigheid van besmetting in de vorm van dichtslibben van de
filters. Hierna ontstaan de slijmvormige bacteriën, gisten
en schimmels ( meercellige bacteriën ). Deze laatste varianten
verbruiken uiteindelijk de zuurstof waarna de sulfaatreducerende
bacteriën ( anaerobe ) ontstaan ( SRB ). In dit stadium
is er sprake van ernstige besmetting. Deze SRB- bacteriën
hebben geen zuurstof uit het water meer nodig om te leven en
scheiden als restproduct een zeer corrosief medium af, waterstofdisulfide.
Risicoverhogende factoren
Ontzwaveling:
Door de ontzwaveling van de diesel is het product gevoeliger
geworden voor de aerobe vorm van besmetting. De kans voor
een anaerobe besmetting is juist afgenomen.
Wat te doen ter voorkoming?
Een besmetting kan alleen ontstaan indien de brandstof in aanraking
komt met vrij water. De inspanningen om een besmetting te voorkomen
moeten zich vooral hierop richten.
De oplossing zit hem dus in “ Good Housekeeping . Inmiddels
is er een Europese norm uitgebracht waarin Good housekeeping
binnen de gehele keten beschreven is.
Het betreft de norm: “ NPR-CEN/TR 15367:2006 Aardolieproducten – Dieselbrandstof
voor motoren – Gids voor good housekeeping”.
De norm is te bestellen bij NEN via internet op het adres bestel@nen.nl.
Waar het op neerkomt is:
-Met regelmaat testen ( maandelijks ) op vrij water
onder in de tank (m.b.v. waterzoekpasta
).
Indien er water wordt aangetroffen moet dit direct
worden verwijderd.
-Met regelmaat testen op water in de brandstof ( Diesel
wordt troebel )
De waterzoekpasta kunt u bij ons bestellen.
Een tube van 60 gram kost slechts €12,00 excl. en
kan u een hoop narigheid voorkomen.
Een andere methode om micro-organisme
te bestrijden is het plaatsen van een Knock Down magneet tussen
de brandstof leiding. Voor prijzen en meer informatie hierover
verwijzen wij u graag naar de firma BO&AC ( adresgegevens
zie onder deze brief)
Wat te doen als er een besmetting is?
Een besmetting is als volgt te herkennen:
Ingeval van een lichte besmetting, is dit niet waar te nemen.
Bij matige tot zware besmetting is het meestal merkbaar aan het
versneld vervuild raken en blokkeren van de brandstoffilter door
slijm.
- degradatie van product kwaliteit ( product wordt donkerder
en troebeler );
- slijmvorming
- reuk van H2S ( de bekende rotte eierenlucht )
- verstopt raken van filters;
- algemene brandstofklachten, verlies van vermogen.
Het behandelen van een besmetting is een aangelegenheid voor
specialisten.
Dat begint al bij de monstername die exact op het scheidingsvlak
tussen water en diesel moet plaatsvinden. Het monster wordt op
kweek gezet waarna de graad en soort van de besmetting kan worden
bepaald.
Aan de hand van het analyseresultaat wordt er een behandelingsvoorstel
gedaan. Zo wordt voorkomen dat er onvoldoende biocide gedoseerd
wordt, maar ook een teveel aan biocide wordt voorkomen.
Oliehandel Fr. Hopmans B.V. en verschillende
oliemaatschappijen werken voor deze specialistische werkzaamheden
samen met BO&AC,
te Hoogerheide.
In een voorkomend geval adviseren wij U hetzelfde te doen. BO&AC
( Bactericide Onderzoek & Advies-Centrum ) kan u op een professionele
manier van u besmettingsprobleem afhelpen.
Contactpersoon is Dhr. Andre Hulstein: Tel.nr. 076-5083575, website www.bo-ac.nl.
|